32 begrippen

Rendement & risico

In deze categorie staan de begrippen die het verwachte resultaat van een belegging beschrijven en de risico's die dat resultaat kunnen beïnvloeden. Denk aan bruto en netto rendement, krediet- en liquiditeitsrisico en de manier waarop rendement wordt berekend.

Waarom deze begrippen relevant zijn

Rendement en risico zijn onlosmakelijk verbonden: een hoger doelrendement gaat vrijwel altijd samen met een hoger risico. Wie deze begrippen kent, kan proposities onderling beter vergelijken.

Belangrijkste begrippen in dit thema

Alle begrippen in rendement & risico

  • Alpha

    Het rendement van een belegging boven of onder een gekozen benchmark, vaak gecorrigeerd voor marktrisico.

  • Beleggingshorizon

    De periode waarin een belegger het belegde vermogen naar verwachting kan missen.

  • Benchmark

    Een referentie-index, rendementseis of vergelijkingsmaatstaf waarmee prestaties worden beoordeeld.

  • Beta

    Een maatstaf voor de gevoeligheid van een belegging voor bewegingen van een markt of benchmark.

  • Bruto rendement

    Het rendement vóór aftrek van kosten, belastingen en andere inhoudingen.

  • Cash-on-cash return

    Het jaarlijkse kasrendement op het daadwerkelijk ingelegde eigen vermogen, zonder waardestijging mee te rekenen.

  • Compound interest

    Rente die wordt berekend over de hoofdsom én eerder bijgeschreven rente.

  • Concentratierisico

    Het risico dat een portefeuille te sterk afhankelijk is van één belegging, debiteur, sector, regio of strategie.

  • Dividendrendement

    Het jaarlijkse dividend per aandeel gedeeld door de beurskoers of aankoopprijs.

  • Expected return

    Het op basis van scenario’s, aannames of historische gegevens verwachte rendement; dit is geen garantie.

  • Hefboom

    Het gebruik van vreemd vermogen of derivaten om de blootstelling en mogelijke winst én verlies op het eigen vermogen te vergroten.

  • Illiquide belegging

    Een belegging die niet snel of alleen tegen aanzienlijke kosten of prijsconcessies kan worden verkocht.

  • Interne rentevoet

    De disconteringsvoet waarbij de netto contante waarde van alle kasstromen gelijk is aan nul.

  • Investeringsrisico

    De kans dat de uitkomst van een investering afwijkt van verwachtingen, waaronder verlies van inkomsten of inleg.

  • Kapitaalbehoud

    Een doelstelling waarbij het beperken van permanent verlies van de oorspronkelijke inleg centraal staat; volledige zekerheid is daarmee niet automatisch gegarandeerd.

  • Kredietrisico

    Het risico dat een kredietnemer of tegenpartij rente, aflossing of andere verplichtingen niet nakomt.

  • Leverage

    Het gebruik van schuld of derivaten om de blootstelling ten opzichte van het eigen vermogen te vergroten.

  • Liquiditeit

    De mate waarin voldoende geld beschikbaar is of een belegging snel tegen een redelijke prijs kan worden verkocht.

  • Liquiditeitsrisico

    Het risico dat een verplichting niet tijdig kan worden betaald of een belegging niet zonder aanzienlijke prijsdruk kan worden verkocht.

  • Marktrisico

    Het risico op verlies door bewegingen in rente, aandelenkoersen, valuta, grondstoffen of andere marktprijzen.

  • Netto rendement

    Het rendement dat resteert na aftrek van relevante kosten en vergoedingen; fiscale gevolgen kunnen per belegger verschillen.

  • Rendement

    De opbrengst van een belegging in verhouding tot de inleg of waarde, inclusief inkomsten en eventueel waardeverandering.

  • Rendementsdoelstelling

    Het rendement dat een fonds of aanbieder nastreeft; dit is geen garantie tenzij expliciet juridisch gegarandeerd door een kredietwaardige partij.

  • Renterisico

    Het risico dat veranderingen in marktrente invloed hebben op financieringslasten, waarde of rendement.

  • Risico

    De mogelijkheid dat werkelijke uitkomsten afwijken van verwachtingen, waaronder het verlies van rendement of inleg.

  • Risicobereidheid

    De mate van risico die een belegger of organisatie wil en kan aanvaarden.

  • Risicopremie

    De extra verwachte vergoeding boven een relatief veilige referentie die beleggers vragen voor het dragen van extra risico.

  • ROI

    De opbrengst of winst uit een investering gedeeld door het geïnvesteerde bedrag, afhankelijk van de gekozen definitie.

  • Sharpe ratio

    Het extra rendement boven een risicovrije referentie gedeeld door de volatiliteit van dat extra rendement.

  • Uitkering

    Een betaling vanuit een fonds of onderneming aan beleggers, bijvoorbeeld dividend, rente, aflossing of winstuitdeling.

  • Value at Risk

    Een statistische schatting van het potentiële verlies over een gekozen periode en betrouwbaarheidsniveau, gebaseerd op aannames en historische of gemodelleerde data.

  • Yield

    Het periodieke inkomen of effectieve rendement op een belegging, afhankelijk van de gebruikte definitie.

Andere thema's

Nieuwsbrief

Als eerste op de hoogte van nieuwe proposities

Ontvang maandelijks een selectie van nieuwe uitgiftes, marktontwikkelingen en achtergrondartikelen. Uitschrijven kan op elk moment.

Clubdeal B.V. gebruikt uw gegevens om uw aanvraag via Proposities.nl te verwerken. Uw contactgegevens worden niet aan aanbieders of adverteerders verstrekt voor hun eigen commerciële benadering. Lees meer in onze privacyverklaring.